
Spelers trainen op het creëren en benutten van overtal in de aanval (3 tegen 2) en het verdedigen in ondertal. Daarnaast werken ze aan omschakeling, spelinzicht en afronding.
Instructies
- Zet een groot doel uit met 1 vaste keeper en 2 verdedigers.
- Plaats 2 kleine doelen op de middellijn (zonder keepers).
- Start telkens met 3 aanvallers in balbezit. Zij proberen te scoren op het grote doel.
- De 2 verdedigers proberen de bal te veroveren en snel te scoren op een van de kleine doelen.
- Wissel alle spelers na een doelpunt, of wanneer de bal over de achterlijn of middellijn gaat.
Variaties
- Beperk het aantal balcontacten voor de aanvallers om sneller te leren combineren.
- Laat de verdedigers starten met de bal, zodat de aanvallers moeten terugverdedigen.
- Werk in tijdsblokken: bijv. aanvallers hebben 10 seconden om te scoren.
- Wissel keeper na een vast aantal rondes.
Coachingspunten
- Aanvallers:
- Maak het veld groot en benut breedte en diepte.
- Zoek snel de vrije man om het overtal uit te spelen.
- Zorg voor een goede eerste aanname richting doel.
- Verdedigers:
- Werk compact samen en dwing de aanvallers naar buiten.
- Communiceer duidelijk wie druk zet en wie afdekt.
- Snel omschakelen naar aanval bij balwinst.
- Algemeen:
- Tempo hoog houden: snel starten na balverlies of doelpunt.
- Let op spelinzicht: herkennen wanneer je moet versnellen of temporiseren.