
Spelers werken aan conditie, snelheid en teamcoördinatie door afwisselend sprinten en joggen in groepsverband.
Instructies
- Zet een vierkant uit van 10×10 of 15×15 meter.
- Spelers lopen achter elkaar in een rij, als een rups, binnen het vak.
- Op het fluitsignaal sprint de voorste speler een ronde en sluit achteraan in de rij.
- Bij het volgende fluitsignaal start de nieuwe voorste speler en sluit ook achteraan.
- Ga door tot elke speler meerdere keren vooraan is geweest.
Variaties
- Laat spelers dribbelen met bal in plaats van hardlopen.
- Gebruik een groter veld voor langere sprints of een kleiner veld voor meer intensiteit.
- Voeg een extra opdracht toe, zoals een pion aantikken voordat de speler achteraan sluit.
Coachingspunten
- Stimuleer een hoog tempo bij de sprints en een rustig looptempo in de rij.
- Let op strakke organisatie: spelers moeten goed opletten op het signaal.
- Moedig spelers aan om door te zetten tot het einde en elkaar te ondersteunen.
- Let op houding en looptechniek tijdens het sprinten.
- Zorg dat alle spelers evenveel beurten krijgen om eerlijkheid en motivatie te behouden.